Tekst: Nathalie van Huët
The King is still alive op De Majesteit
Raderstoomboot De Majesteit heeft een eigen ligplaats aan de Maasboulevard en vormt een unieke varende locatie voor zowel feestelijke als zakelijke evenementen. Showboat Party's, waar ook particulieren of kleinere bedrijven voor kunnen inschrijven, themafeesten, congresdiners en productpresentaties zijn veel voorkomende bijeenkomsten op het 80 meter lange schip.
Het is dit jaar precies 50 jaar geleden dat Elvis Presley tijdens zijn diensttijd in Duitsland aan boord van raderstoomboot De Majesteit vertoefde voor de opname van de legendarische muziekfilm G.I. Blues. Reden om The King een jaar lang te herdenken aan boord.
Maritiem monument
De Majesteit start haar maritieme carrière op 1 mei 1926 als ‘Schnelldampfer Rheinland’ in Duitsland. Welgestelde burgers laten zich graag verwennen op het luxe cruiseschip.
Een bombardement in 1945 lijkt hier een vroegtijdig einde aan te maken, maar gelukkig komt het schip in 1951 opnieuw in de vaart.
Tot 1983 wordt het rader stoomschip – inmiddels omgedoopt in Rüdesheim – ingezet voor passagiersvervoer tussen Mainz en Keulen, om vervolgens een statisch bestaan als restaurantschip te leiden. Als het schip tenslotte in 1993 in handen komt van Klemens en Christine Key, is het voortbestaan van een uniek maritiem monument veiliggesteld.
Zes jaar lang hebben ervaren specialisten onder leiding van Klemens en Christine Key gewerkt aan de restauratie. Een zware klus die alleen kon slagen door de tomeloze passie van de nieuwe eigenaren. Met ambachtelijke methoden en technieken (o.a. authentieke klinkgereedschappen) is het resultaat uiteindelijk ‘net als vroeger’. Of zelfs beter, want moderne faciliteiten als klimaatbeheersing en presentatiemiddelen als perfecte geluids- en verlichtingsapparatuur en grote moderne platte beeldschermen bieden een duidelijke meerwaarde.
De majestueuze stoommachine is helemaal gerestaureerd en terug onder stoom gebracht. Ook de ketel heeft een totale revisie ondergaan en de officiële goedkeuring van het Hollands Stoomwezen ontvangen. En vanzelfsprekend is ook aan het interieur veel zorg en aandacht besteed. In de diverse salons vindt u steeds een hoogst eigen nostalgische sfeer.
Ontstaan van de rederij
Christine komt uit Maasland en ging na de middelbare school naar de HEAO in Rotterdam, kluste als student bij in de horeca en kreeg daar de smaak van dit veelzijdige vak te pakken. Ze dong mee naar een plekje aan de Hotelschool in Scheveningen, mocht komen en heeft er een geweldige tijd gehad.
Klemens groeit op in het Gooi en kreeg gevoel voor entertainment met de paplepel ingegoten. Zijn vader had een vaste baan in het promenade orkest bij de radio in Hilversum en speelde daarnaast in diverse bands. “We kochten onze eerste boot, 24 meter lang, met de bedoeling om met de familie te varen, maar dat werd al snel werken. We ontvingen gasten in partijen tot 30, 40 personen. In Muiden werd de bekende televisieserie Peppi en Kokki op ons schip opgenomen. Elk weekend ging ik mee naar de boot, beetje klussen, op een barkruk meesturen, daar ben ik besmet geraakt met het virus,” aldus Klemens. “M’n ouders kochten vervolgens in Duitsland een groter schip, een raderboot. Ik ben toen gaan werken als matroos, later als machinist, ik heb mijn binnenvaartpapieren gehaald, daarna mijn horecapapieren. Toen wilde ik eigenlijk al doen wat ik nu doe. Op het moment dat mijn vader ermee stopte, vond hij mij nog te jong om de zaak over te nemen en heeft mijn broer het bedrijf voortgezet.”
Intussen knapt Klemens zelf boten op, zoals een van de oudste stoomsleepboten van Nederland, en verkocht ze. Daar werd al de basis gelegd voor zijn brede kennis van nu. Klemens: “ Een goede vriend was stoommachinist van beroep en heeft veel kennis overgedragen. Ik had al in m’n kop ingeprent: ik ga een stoom raderboot bouwen.”
Lachend vervolgt Klemens: “Toen Christine de eerste vriendin bleek te zijn die niet echt gek van mij werd, met al mijn plannen en mijn verzamelwoede, zijn we naar wat schepen gaan kijken. In Duitsland, Engeland en we vonden in Zaltbommel het casco van een oude raderboot.” Christine: “ Het was een heel mooi schip geweest uit 1905, maar verder volledig uitgewoond en er zaten geen machines in. Bovendien was er nog weinig nostalgie in terug te vinden.” Klemens: “ Maar we hebben ‘m toch gekocht en zijn gaan denken over hoe het eruit zou moeten zien en gaan tekenen. We hebben samen met (schoon)vader Wijnand Key de geschiedenis opgediept, zijn oude Zeeuwse archieven ingedoken en uiteindelijk met een ontwerp en een plan naar de bank gestapt. We wilden toen al naar Rotterdam. In Amsterdam zou ik een concurrent voor mijn broer zijn, Christine kende Rotterdam en we wisten dat er hier behoefte aan onze plannen zou zijn. Puur voor de zakelijke markt, de evenementenbranche. De bank heeft uiteindelijk een ‘go’ gegeven. Het plan zat goed in elkaar, we konden deze steiger huren, dus toen zijn we heel veel in eigen beheer gaan bouwen. Dat deden we in Zaandam en door heel veel tijd en energie in ons project te steken hebben we het binnen de begroting voor elkaar gekregen.”
Christine: “ In April 1990 hebben we een kantoor gehuurd aan het Haringvliet en daar zitten we nu nog. De vele publiciteit die we kregen gaf een sterke positieve impuls aan het bedrijf. Het feit dat het om een historisch schip ging waar veel verhalen aan kleven maakte het extra interessant.
Klemens: “ Het was hier toen nog een kale boel in Rotterdam en het zakenleven hunkerde naar wat wij konden bieden. Drie jaar later kreeg ik ons huidige schip aangeboden. Dat is een beetje via via gegaan; er zit eigenlijk een heel verhaal aan vast, maar het komt erop neer dat het schip, dat in zeer slechte staat verkeerde, te koop kwam via de achterdeur. We dachten toen: We kopen het, slepen het naar Zaandam toe en we kijken wel.
Discussie over details
Inmiddels wonen de twee ondernemers in Rotterdam op de Boompjes. Als de twee dochters geboren worden (nu 10 en 12 jaar oud) verhuist het gezin naar Oud IJsselmonde, waar het, hoe kan het ook anders, aan het water woont.
“We maakten plannetjes en tekeningen voor het nieuwe schip, alles wat je nu ziet hebben we zelf bedacht. Avonden lang is discussie gevoerd over details, we hebben historische boeken over oceaanstomers bestudeerd, heel veel in archieven gegraven om de juiste sfeer uit de jaren ‘20 te pakken te krijgen en we dachten goed na over ‘hoe ga je het in de markt zetten’, want er moet ook verdiend worden,” vervolgt Klemens. “In 1993 zijn we met de Showboat party’s gestart om een stuk particuliere markt te bereiken, hoewel er dus veel groepjes uit de zakelijke markt komen. De iets kleinere bedrijven die niet met 300 man, maar met 20 of 50 personen willen komen, reserveren dan bijvoorbeeld een van de salons voor hun gezelschap. Uiteindelijk werd het een succes.”
Alles wat met De Nederlander verdiend wordt gaat naar het schip in Zaandam, de latere Majesteit. “Op een gegeven moment moet je kiezen om het af te bouwen en in een keer een groot bedrag durven investeren.” Het schip verhuist naar Werkendam waar het wordt afgebouwd. In 1999 ging het schip in de vaart. “Toen hadden we twee schepen en maar een ligplaats. Een extra steiger was toen heel lastig te realiseren bij de gemeente. Toen iemand kwam om De Nederlander te kopen hebben we dat gedaan. We wilden ons focussen op één schip en daar hebben we onze handen ook aan vol.
Toekomstplannen
“Voorlopig voelen we ons prettig in Rotterdam. De stad krijgt een steeds beter imago en er kan hier veel. Ons andere schip, directievaartuig De Maze, wordt goed gebruikt voor vergaderingen en kleinere zakelijke bijeenkomsten. We doen diverse projecten tussendoor, in het buitenland zijn we heel actief als bouwbegeleider bij het bouwen van stoomschepen, we hebben een eigen werkplaats in Ridderkerk waar we stoommachines restaureren die dan elders weer in schepen gebouwd worden. We hebben een hele jonge ploeg machinisten die in de rustige tijden sleutelen in onze werkplaats.
We staan bekend als specialist. We hebben jarenlang in Zwitserland gekeken hoe ze het daar doen. Zwitsers staan bekend om hun grondigheid en nu komen ze ons om raad vragen, dat is wel heel eervol. Daarbij moet je het leuk vinden, je hele ziel en zaligheid zit erin. Een horecabedrijf heeft dat ook nodig om de hoge kwaliteit vast te houden. We vinden het heel leuk om de thema’s uit te werken, daar ben je ruim een half jaar mee bezig. Zo ook met dit ‘Elvis’thema. Er moet wel een echte jukebox staan, we gaan op zoek naar de perfecte auto die voor een jaar bovenop het schip wordt geplaatst. Daar is een hele fundatie voor gemaakt. Daar hebben we nog heel veel lol in en daar zijn we nog niet op uitgekeken.”
2008 aan boord van De Majesteit staat dus in het teken van de Fabulous Fifties: vetkuiven, jukeboxen en rock and roll. Inclusief The King himself. U kunt het meebeleven.